Energeia reports about collaboration between PTRC and INCAS3

You are here: Home > Spotlight > In the press > Energeia reports about collaboration between PTRC and INCAS3
July 15, 2011

The original article written by Tijdo van der Zee. Article is only available Dutch.

AMSTERDAM (Energeia)  Het Drentse onderzoekscentrum Incas3 gaat minuscule sensors ontwikkelen die informatie zullen verzamelen in oliereservoirs in de Canadese provincie Saskatchewan. Die informatie moet de hoeveelheid winbare olie verhogen van gemiddeld 5 tot 8% tot 15 tot 20%. Incas3 wil over twee jaar een prototype leveren.

Incas3 (Innovation Centre for Advanced Sensors and Sensor Systems) is een non-profit onderzoeksinstituut in Assen dat kleine sensorsystemen ontwikkelt. Het instituut wil een schakel zijn tussen fundamenteel onderzoek en commerciële toepassing. In Saskatchewan kunnen de onderzoekers nu die schakel vormen. Voor het Canadese onderzoeks- en ontwikkelbedrijf in de oliesector PTRC gaat Incas3 een sensor ontwikkelen die diep in oliereservoirs informatie moet verzamelen over de ondergrond.

In de provincie Saskatchewan bevinden zich grote hoeveelheden olie. Maar die olie laat zich niet erg makkelijk winnen. Probleem is dat er met de olie grote hoeveelheden zand naar boven komen. Dat zand laat grote holtes achter in het oliereservoir, die wormholes worden genoemd. Die bemoeilijken de oliestroom en belemmeren daardoor de winning. PTRC gaat proberen de techniek van Incas3 in te zetten om die wormholes op te sporen, waarna die gemeden kunnen worden. Dit moet de productiviteit ten goede komen.

Maar wat is nu precies de techniek van Incas3? John van Pol, Managing Director van Incas3 legt uit: “Onze technologie is gebaseerd op een tien jaar oude theorie van professor Pister van de universiteit van Berkeley. Hij bedacht het idee van smart dust, slim stof. In plaats van één groot meetsysteem, kunnen een heleboel hele kleine systeempjes, of sensors, samen minstens net zoveel informatie verzamelen. Wij noemen deze sensors micro-nodes. Die zijn idealiter zo’n 2 cm groot. En stukken goedkoper dan een groot systeem.”

Van Pol denkt dat enkele honderden van deze micro-nodes in een oliereservoir de benodigde informatie kunnen verzamelen. Maar voor het zover is, moeten er nog veel obstakels worden overwonnen en keuzes worden gemaakt. Zo weet hij nog niet of de kleine apparaatjes moeten worden voorzien van communicatie-technologie, zodat ze vanuit de diepe ondergrond kunnen berichten, of dat ze op de een of andere manier weer naar boven worden gehaald, voor ze hun informatie prijsgeven. “Het is een vijandige omgeving, de micro-nodes moeten betrouwbaar zijn en dus tegen bijvoorbeeld de grote druk op die diepte kunnen. Maar vooral moeten ze betaalbaar zijn, ruim onder de USD 100 per stuk, waardoor je grote aantallen kan inzetten.”

Incas3 is ontstaan uit het programma Pieken in de Delta. Dat susbisideprogramma uit 2007 stelde EUR 93 mln beschikbaar voor innovatieve of creatieve projecten. In Drenthe is gekozen voor sensortechnologie. Incas3 is opgestart in 2008, en heeft tot eind 2013 16 miljoen te besteden. Dit geld komt dus uit de pot van het voormalige ministerie van Economische Zaken, maar ook de provincie Drenthe, het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en de gemeente Assen droegen hun steentje bij. Vanaf 2014 moet Incas3 op eigen benen staan. De intentie is om dan geld binnen te halen met onderzoekssubsidies, projecten zoals het huidige met PTRC, en door het verzilveren van het opgebouwde intellectueel eigendom.

Managing director Van Pol wil over twee jaar een werkend prototype klaar hebben. “De massaproductie moet dan worden uitgevoerd door een commercieel bedrijf. PTRC betaalt het onderzoek. Incas3 houdt daarna wel het recht op publicatie in wetenschappelijke tijdschriften en op vervolgonderzoek. We zijn de opgebouwde kennis dus niet kwijt.” Of die kennis ook kan worden ingezet in de steeds verder uitgeputte Nederlandse olie- of zelfs gasvelden, kan Van Pol niet zeggen. “We hebben nu alleen contacten in Saskatchewan. Met de Nederlandse energiesector heb ik nog niet gesproken.”

Tijdo van der Zee
t.vanderzee@energeia.nl
Copyright©, Energeia, 2011

« Back to In the press